De wereld wordt steeds minder arm

Extreme armoede neemt al af sinds de negentiende eeuw. Anderhalve eeuw geleden leefden bijna acht op de tien mensen in grote armoede. Zij moesten, gemeten met de maatstaf van vandaag, rondkomen van minder dan 2 dollar 15 per dag. In 1981 waren nog vijf op de tien mensen extreem arm. En vandaag zijn dat er minder dan een op de tien.

Anderhalve generatie

Vooral in Azië was de vooruitgang spectaculair. Nog maar dertig jaar geleden was bijna driekwart van de chinezen zeer arm. Vandaag, anderhalve generatie later, is de armoede daar vrijwel verdwenen. Ook landen  in Latijns-Amerika hebben de grootste armoede nagenoeg uitgebannen. Nu gaat het ook hard in India: daar daalde de ergste armoede de afgelopen dertig jaar van 50 naar 15 procent.

Het tempo waarin de wereldwijde armoede afneemt is nauwelijks voorstelbaar. De website Our World in Data probeerde dat toch. Het becijferde dat sinds 1990 47 miljoen mensen per jaar ontsnappen aan de extreme armoede. Dat zijn er 130.000 per dag. En het zijn er negentig in de minuut dat jij dit tekstje leest.

Sinds 1990 ontsnapten 47 miljoen mensen per jaar aan extreme armoede

Maar Afrika blijft achter

Deze vooruitgang is echter zeer ongelijk verdeeld. In Afrika ten zuiden van de Sahara, de armste regio, leeft nog ruim een op de drie mensen in  grote misère. Ook daar daalt de armoede verhoudingsgewijs: in 1990 was daar nog meer dan de helft van de mensen extreem arm. Maar de bevolking in zuidelijk Afrika groeit sneller dan dat de armoede daalt. Daarom leven er vandaag in absolutie aantallen méér mensen in verregaande armoede dan dertig jaar geleden.

Miljoenen Nederlanders zetten zich persoonlijk in voor ontwikkelingssamenwerking. Een ruime meerderheid vindt het bovendien belangrijk dat onze overheid aan ontwikkelingssamenwerking doet. Het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking is dus best stevig. Maar de twijfel of het iets uithaalt is dat ook. Veelzeggend is een onderzoek van de Europese Unie uit 2023. Maar liefst 67 procent van de Nederlanders vindt dat het bestrijden van armoede in ontwikkelingslanden een prioriteit van Europa moet zijn. Maar op de vraag of de EU daar ook succesvol in is, antwoorden evenveel Nederlanders met ‘nee’. Met andere woorden: we vinden dat het moet, maar we twijfelen of het werkt.

Lees meer
Lees meer over Waarom twijfelen we?

Een veel geuite kritiek op ontwikkelingssamenwerking is dat ‘te veel aan de strijkstok blijft hangen’. Het geld zou niet terechtkomen waar het wezen moet – bij de armsten – maar opgaan aan directeurensalarissen, kantoorgebouwen en dure campagnes om donateurs te werven. De klaagzang over ‘strijkstokken’ is zo’n automatisme geworden, dat een paar cruciale vragen niet worden gesteld: hoeveel overheadkosten maken organisaties eigenlijk? En waarom zou dat weggegooid geld zijn?

Lees meer
Lees meer over Wat blijft er aan de strijkstok hangen?

“Je krijgt wat je geeft.” Met deze slogan voerden ontwikkelingsorganisaties in 2012 campagne. Ze wilden dat het overheidsbudget voor ontwikkelingssamenwerking overeind bleef. Hun boodschap: ontwikkelingssamenwerking is niet alleen geld weggeven, het levert ons land ook iets op. Bij de gewone Nederlander raakte deze slogan geen snaar. Want hulp geven, dat doen we uit medemenselijkheid. Dat doen we om de armoede van anderen te verminderen, om hun honger en ziektes uit te bannen en hun onderwijs verbeteren. We doen het niet voor onszelf.

Lees meer
Lees meer over Wat heeft Nederland aan ontwikkelingssamenwerking?