Relevant beroepsonderwijs geeft jongeren in Kenia toekomstperspectief

Jeugdwerkloosheid in Kenia is een groot probleem. 22% van de jongeren tussen 20 en 24 jaar is werkloos. Jongeren kunnen geen werk vinden en staan daardoor voor grote uitdagingen. Ze kunnen geen veelbelovende toekomst opbouwen en jonge ouders kunnen niet voor hun gezin zorgen. Door het gebrek aan aansluiting op de arbeidsmarkt hebben jongeren die het hoger beroepsonderwijs afronden moeite om een baan te vinden. Vivian (26) uit Kenia heeft dit ook ervaren. Dankzij haar doorzettingsvermogen en opleiding via Edukans kan ze voor haar gezin zorgen en heeft ze een baan in de gezondheidszorg.

 

 

 

Mijn vader en moeder stierven vlak na elkaar. Ik was toen 15 en mijn broertje en zusje waren nog peuters. Ik voelde meteen de verantwoordelijkheid om voor hen te zorgen. En voor mijn grootouders die ons een thuis gaven. Dus toen ik klaar was met de middelbare school, verhuisde ik van ons dorp naar de stad, Kisumu, omdat ik geld wilde verdienen. Voor mijn familie, en stiekem ook om mijn grote droom te vervullen: verpleegster worden. Het was niet makkelijk om een baan te vinden. Overal waar ik aanklopte, kreeg ik ‘nee’ te horen. Ik kreeg te maken met oplichters die zeiden dat als ik ze een klein bedrag betaalde, ze een baantje in de supermarkt voor me zouden regelen. Maar dat gebeurde nooit. Uiteindelijk kreeg ik werk als schoonmaakster op een kantoor. Toen veranderde alles. Ik ontmoette een aantal jonge mensen die een opleiding volgden via Edukans. Zij geven beroepsonderwijs en levensvaardigheden aan jongeren. Ik heb me ingeschreven. Dankzij deze opleiding als basis en het geld dat ik gespaard had, kon ik doorstromen naar de Jaramogi Universiteit. Over een paar weken studeer ik af in Community Health. Die glimlach op mijn gezicht, die gaat er niet meer af.

Vivian (26), Kenia

Eindelijk een lach op mijn gezicht – Vivian

Meer weten?

Meer voorbeelden en verhalen

Deel dit verhaal

Meest recente verhalen

Miljoenen Nederlanders zetten zich persoonlijk in voor ontwikkelingssamenwerking. Een ruime meerderheid vindt het bovendien belangrijk dat onze overheid aan ontwikkelingssamenwerking doet. Het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking is dus best stevig. Maar de twijfel of het iets uithaalt is dat ook. Veelzeggend is een onderzoek van de Europese Unie uit 2023. Maar liefst 67 procent van de Nederlanders vindt dat het bestrijden van armoede in ontwikkelingslanden een prioriteit van Europa moet zijn. Maar op de vraag of de EU daar ook succesvol in is, antwoorden evenveel Nederlanders met ‘nee’. Met andere woorden: we vinden dat het moet, maar we twijfelen of het werkt.

Lees meer
Lees meer over Waarom twijfelen we?

Een veel geuite kritiek op ontwikkelingssamenwerking is dat ‘te veel aan de strijkstok blijft hangen’. Het geld zou niet terechtkomen waar het wezen moet – bij de armsten – maar opgaan aan directeurensalarissen, kantoorgebouwen en dure campagnes om donateurs te werven. De klaagzang over ‘strijkstokken’ is zo’n automatisme geworden, dat een paar cruciale vragen niet worden gesteld: hoeveel overheadkosten maken organisaties eigenlijk? En waarom zou dat weggegooid geld zijn?

Lees meer
Lees meer over Wat blijft er aan de strijkstok hangen?

“Je krijgt wat je geeft.” Met deze slogan voerden ontwikkelingsorganisaties in 2012 campagne. Ze wilden dat het overheidsbudget voor ontwikkelingssamenwerking overeind bleef. Hun boodschap: ontwikkelingssamenwerking is niet alleen geld weggeven, het levert ons land ook iets op. Bij de gewone Nederlander raakte deze slogan geen snaar. Want hulp geven, dat doen we uit medemenselijkheid. Dat doen we om de armoede van anderen te verminderen, om hun honger en ziektes uit te bannen en hun onderwijs verbeteren. We doen het niet voor onszelf.

Lees meer
Lees meer over Wat heeft Nederland aan ontwikkelingssamenwerking?